We zouden meer tijd moeten nemen om te mijmeren. Doen we te weinig. Druk. Druk. Druk. Druk met werk, druk met kerk, druk met gezin, druk met vrienden, druk met ons sociaal leven, druk met van alles en nog wat. Soms lukt het, zoals vandaag. Het regent. Wachtend om weer naar buiten te mogen, te lopen naar waar onze voeten ons brengen. Op plekken waar we anders nooit zouden komen. Zoekend en tastend want ik lees toch net Jeremia 1, wat zegt: “Want overal waar ik u zenden zal, zult u gaan. Het onbekende tegemoet”? Zoals de weg van de kerk. Een fenomeen. Een bolwerk. Het instituut kerk door God zelf ingesteld, gebouwd op Petrus de rots. De rots vertegenwoordigd treffend wat mensen zoeken: zekerheid en vastigheid in het voortdurend bedreigde bestaan. Een opdracht met impact, veel impact. Eeuwen en eeuwen gaat dit al door. En het zal niet stoppen.


“Overal waar ik u zenden zal, zult u gaan. Het onbekende tegemoet”.

Er kleeft bloed aan de kerk. Ook liefde. Niet te vergeten pijn en verdriet, waar littekens bijna zichtbaar aanwezig zijn. Maar ook verlossing. Immers, de kerk is in opdracht van God opgericht. De kerk wordt echter gebouwd door mensenhanden. God vraagt ons, gebruikt ons, stuurt ons. Hij heeft als doel het samen met ons te doen. Nietige schepselen zoals jou en mij. Het is een opdracht, maar een ingewikkelde. Want hoeveel stromingen, scheuringen, fusies zijn ons al voorgegaan. De één nog ingrijpender dan de ander. En altijd weer is elke kerk de ‘ware’ kerk.

Het grote verschil

Verguist en geliefd is de kerk. Verafgood en geprezen is de kerk. Hoeveel zijn ons niet voorgegaan. Begonnen bij Petrus. ‘Haantje de voorste’. En op de gevel van veel kerken prijkt de haan. Notabene is het de haan die kraaide, toen Petrus de Zoon van God verloochende. De Gereformeerde Kerk, de Volkskerk, de Evangelische Kerk, de Charismatische Kerk en alles wat ertussen zit. De ene vol met dogma’s, de ander met de wet in de hand als een zwaard, de volgende met de handen in de lucht, pratend in tongen en liggend op de grond. Nog één met het volle evangelie. Knielend. En natuurlijk niet te vergeten, de Vervolgde Kerk. Waarvan veel kerkmuren niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk hoog zijn opgetrokken. En toch, en toch zijn we één wereldwijde kerk. Leden van het lichaam van Jezus Christus. Of we nu veilig in een kerk, zondag aan zondag, onze plek warmhouden. Waar de afdruk van ons zitten zichtbaar is, onze zitplaats inmiddels is uitgesleten in een houten bank. Of dat we als christenen in het geheim bij elkaar komen op een smerig toilet in Noord-Korea. Groter lijkt het verschil niet, verder lijkt de afstand niet en toch worden alle gebeden, dankzeggingen en smekingen opgezonden naar Dezelfde. Die Ene. Wiens naam te pas en te onpas wordt geproclameerd. Want ieder mens heeft Godsbesef. Atheïst, gelovig, anders-gelovig of iemand met een anti-geloof. Met nadruk op geloof en geen religie. Religie is voor het verstand. Geloof komt vanuit het hart. Een relatie met de Allerhoogste. Een hartsrelatie. Een liefdesrelatie. Zoals de kerk een relatie heeft met haar Bruid. Jezus zelf. De Bruid die nog eenmaal zal terugkomen, Zijn voetstappen zal zetten op de berg Sion. Dan zal heel de wereld het zeker weten. Gelovig of ongelovig. Jezus is Heer…! En dat is nu net het grote verschil.

Van Apollos of van Paulus?

Openbaring voorspelt het al. Er zullen mensen zijn die het niet willen geloven. Tot het einde zullen er zijn die blijven zeggen als in de tijd van de eerste kerk: “maar ik ben van Apollos en jij bent van Paulus”. Jij bent van de ‘verkeerde’ kerk. Elkaar beschietend over goed en fout. Over wat wel mag en niet mag in de kerk. Over doop en belijdenis. Over liefde en waarheid of het gemis ervan. Over, ja waarover eigenlijk? Soms weten we het zelf niet eens meer. We zijn en blijven de kerk, de wereldwijde kerk. Het is Zijn Kerk. Het is niet de kerk van Apollos en niet de kerk van Paulus. Het is Zijn Kerk. Ook zijn we niet de Westerse Kerk en de Vervolgde Kerk. Nee, we zijn één kerk wachtend op Zijn Bruid. En één lichaam. Jezus, de gekruisigde. In diezelfde kerk staan wij op de schouders van velen die ons zijn voorgegaan. Ja, misschien bouwen we verder aan de ‘verkeerde’ kerk in andermans ogen. Het is nog steeds de kerk van onze ouders, van onze opa’s en oma’s, van onze overgrootouders die de kerk na de oorlog hebben opgebouwd. Met bloed, zweet en tranen. Ingegeven met de beste bedoelingen en de beste intenties zijn er kerken gebouwd, gebedshuizen en nog grotere kerken. Vol zaten ze, bomvol. Op zoek naar zingeving, naar God of naar iets. Inmiddels worden veel kerken gesloopt. Er worden appartementen van gemaakt. En dat doet pijn. En toch, door alle tijden heen is deze beweging met grote en kleine golven er steeds geweest. Dus de hoop blijft. Die is aanwezig. Lees maar het meest verkochte boek ter wereld. De Bijbel. Een geliefd en verguisd boek. Een boek van liefde en waarheid. Een boek vol van hoop. Het levende Woord. Belofte na belofte. De kerk zal zich altijd weer oprichten. Hoe diep de kerk ook zal zinken. Hoe leeg de kerken zullen zijn. Het zijn ook niet die muren en het dak, dat is niet de kerk. Wij zijn de kerk. Jij en ik. Een veelkleurig lichaam. Een kunstwerk van gebrokenheid. Zonder muren. Zonder dak. Zonder “hullie en zullie”. God bouwt zelf Zijn kerk. En ondertussen klinkt weer de roep: “Overal waar ik u zenden zal, zult u gaan. Het onbekende tegemoet”. Om de Bruid van de kerk rond te bazuinen, en kerken te bouwen totdat Hij zal terugkomen. Jezus is Heer! Ja, fluister het, zeg het, zing het, schreeuw het van de daken. Jezus! Want Jezus is Heer! Jezus is Heer!

Jezus is Heer!

Delen wordt gewaardeerd